Al jaren volg ik discussies over taalnormen. Standaardtaal, tussentaal, Vlaams, dialect, regiolect, jongerentaal. Taalverloedering, taalverarming, taalverandering, taalverrijking, taalvariatie. Alle oordelen en ideeën over de zin en onzin van de spellingregels, hoofdletters, dt-regels. Ik heb naar discussieprogramma’s op de radio geluisterd, krantenartikels gelezen, fora gevolgd.

De afgelopen maanden heb ik me meer verdiept in al deze kwesties. ‘De manke usurpator’ (over de Vlaamse tussentaal), ‘Het einde van de standaardtaal’, ‘Taal als mensenwerk’ (over het ontstaan van het ABN), ‘Spellingverandering van zin naar onzin’ (Molewijk, interessant maar nogal polemisch), de voorbereidende publicaties van de Werkgroep Spelling van de Taalunie in de jaren 80 en 90, ik heb ze allemaal op zijn minst gedeeltelijk gelezen en heb zo de meest uiteenlopende visies leren kennen, met hun argumenten. Heel interessant en leerrijk, al die wetenschappelijke uiteenzettingen en hartstochtelijke pleidooien voor het ene of tegen het andere.

En dan ontdekte ik, bij een verkoop van tweedehands boeken in een bibliotheek, een boekje dat dat al die uiteenzettingen, pleidooien en argumenten over spelling en taalnormen doet vergeten, omdat het gewoon grappig, recht-door-zee en ècht is. Ik heb het over Kartouchke, van Luc Versteylen. Voor de jongeren en/of niet-Vlamingen onder ons is een woordje uitleg wel op zijn plaats.

Over de auteur, pater Luc Versteylen, is er voldoende te vinden op internet. Het volstaat hier te melden dat hij in de jaren zestig het boekje ‘Kartouchke’ heeft geschreven, een soort dagboek met de overpeinzingen van een 12/13-jarige jongen. Dat boekje was toen heel populair, ook bij de latere Vlaamse tv-presentator Mark Uyterhoeven. Toen die in de jaren 90 het programma Het Huis van Wantrouwen presenteerde (en ook maakte), maakte hij kennis met pater Versteylen, en bij die gelegenheid vroeg hij hem om een nieuwe stukjes te schrijven van Kartouchke, maar dan aangepast aan de moderne tijd. Hij sloot vanaf dan het programma af als ‘Kartouchke’, met een stukje van Versteylen. Deze stukjes zijn nadien gebundeld in een nieuw Kartouchke-logboek, en het is zo’n exemplaar dat ik in de bib op de kop heb kunnen tikken.

Wat heeft Kartouchke nu te maken met spelling en met taalnormen? Wel, dat laat ik u liever zelf ontdekken.

K & DE MACHT VAN DE STERREKSTE

van die van nederlands die tegelijk onzen tiet hularis is moesten wij uitdrukkingen zoeken met het woord geld in en die dan op een briefje schrijven en inleveren en als die van nederlands het goed vond dan mochten we dat op het bord komen schrijven en direkt stond heel het bord al vol uw geld of uw leven voor geen geld van de wereld gij denkt zeker dat tgeld op mijne rug groeit? hij verdient geld lijk slijk geld in tlaatje brengen hij zwemt in tgeld geld heeft gene geur het geld dat stom is maakt recht wat krom is ik zat maar te wachten tot mijn papierke aan de beurt zou komen twas een geel ik kon het goed zien zitten het zat helemaal van onder en ja daar had hij het vast en hij las het en een gezicht dat hij trok ik dacht wat nu weeral? die vindt nu eens nooit iets goed van mij ik had geschreven hier geld de macht van de sterrekste allee waarom mocht ik dat ook niet op het bord komen schrijven lijk al die anderen? gebt er weer wat van gemaakt hé kartouch zei die van nederlands en hij las mijn zinneke voor en alleman begon te lachen wat was daar nu voor te lachen aan? en daarbij zei die van nederlands der staat nog een deeteefout in ook hoe daar staat een deeteefout in? ja geldt dat moet met deetee geschreven worden daar is hem weer dacht ik als hem mij maar kan betrappen op een deeteefout dan zal hem het ni laten en zo kwam het dat mijn zinnetje niet op het bord mocht en ja doe daar maar eens iets tegen bij die van nederlands geld altijd de macht van de sterrekste en thuis vroeg ik aan ons moeder moeke geld is dat nu met een dee of met een tee en ons moeke heeft gezegd met een dee

(uit: L. Versteylen: ‘Kartouchke’, 1993, pag. 13-15)

(als u toch problemen heeft om dit te lezen, probeer het dan eens hardop)

(Toen de VRT in 2012 het taalcharter aanpaste en stelde dat in bepaalde situaties een licht accent acceptabel was, bevond Mark Uytterhoeven zich bij de meest fervente tegenstanders van deze versoepeling)

 

Advertenties