Tags

,

Taaltelefoon krijgt steeds minder vragen‘, kopte deredactie.be enkele dagen geleden. Hoewel dat cijfermatig wel degelijk klopt, kan hier toch een verkeerde indruk ontstaan: is de Taaltelefoon dan steeds minder bekend, of zijn mensen misschien minder begaan met taal? En als je die redenering helemaal doortrekt: is die Taaltelefoon dan nog wel nodig? Daarom lijkt me een beetje duiding geen overbodige luxe.

Om te beginnen: de Taaltelefoon krijgt nog steeds telefoon. Minder dan in zijn beginperiode, maar het gebeurt nog steeds elke dag. En dat gegeven op zich is al opvallend in tijden van google en mail. Het bewijst dat er nog steeds mensen zijn die bereid zijn te bellen met een taalvraag. Niet zo evident, want eigenlijk maak je zo een ‘zwakte’ (je weet iets niet in verband met taal) bekend, zonder vooraf te weten wie je aan de lijn zult krijgen en hoe die zal reageren. Dat die schroom vaak aanwezig is, merkte ik aan voorzichtige inleidingen als ‘ik heb een klein taalvraagje, kan ik dat stellen?’ of ‘het is misschien wel een domme vraag’, of een verantwoording als ‘we hadden een discussie en nu wilde ik toch graag weten…’. Er komen wel meer vragen via e-mail binnen, maar de telefoon blijft toch vrij populair.

Dat er meer via mail wordt gevraagd dan via de telefoon verklaart wel iets, maar niet dat het aantal vragen in zijn geheel afneemt. Dus toch minder interesse in taal? Niet noodzakelijk. Want hoe ga je tegenwoordig te werk als je iets wil weten? Je googelt. Je zoekt op internet. En als je je antwoord vindt, dan ben je tevreden en ga je niet nog eens iemand bellen of mailen. En dat is net de belangrijkste reden voor de afname van die taalvragen.

Sinds 2006 staat de Woordenlijst van de Nederlandse taal, beter bekend als het Groene Boekje, immers online. Toen die site bekender werd, nam het aantal vragen in verband met spelling spectaculair af. Waar men in de beginjaren nog geregeld belde om te weten of je ‘product’ met een c of met een k schrijft, gebeurt dat nu niet meer. Het is niet meer nodig. Daar heb je immers de online Woordenlijst voor. Alleen spellingkwesties die je niet even snel op woordenlijst.org kunt opzoeken, komen nog bij de Taaltelefoon terecht.

De taaladvieswebsite van de Taalunie, taaladvies.net, is de tweede belangrijke site die vragen beantwoordt zonder dat je ze expliciet aan iemand moet stellen. De site bestaat sinds 2003, en wint nog steeds aan bekendheid. Aangezien ze ook voortdurend wordt bijgewerkt en aangevuld, vinden ook steeds meer mensen hier een antwoord op hun taalvraag. Maar een site schrijft zichzelf niet. Degene die deze adviezen onderzoekt en schrijft, werkt in Brussel, en overlegt tijdens het schrijven regelmatig met haar collega’s. En dat zijn de mensen van de Taaltelefoon.

Tenslotte is er de website van de Taaltelefoon zelf. Sinds 2011 bevat die een alfabetische lijst met veelgestelde vragen. Als je je dus afvraagt of je ‘erop’ aaneen moet schrijven of los, hoef je niet te weten dat dat een voornaamwoordelijk bijwoord is. Onder de ‘E’ vind je het immers zo. De adviezen op taaltelefoon.be zijn grotendeels gebaseerd op taaladvies.net en ze komen er ook mee overeen, maar ze zijn volgens een ander principe opgesteld. Waar taaladvies.net uitgebreide achtergrondinformatie geeft en onder een bepaald advies ook andere, gelijkaardige kwesties behandelt, werkt taaltelefoon.be volgens het principe 1 vraag – 1 antwoord. Wie dus snel een antwoord wil weten op een specifieke vraag om verder te kunnen, vindt daar meestal snel wat hij zoekt. Ook deze site komt er niet vanzelf. Ze wordt voortdurend aangevuld door de mensen van de Taaltelefoon zelf. De site heeft eind vorig jaar nog een facelift gekregen, waardoor de adviezen nog gemakkelijker via google te vinden zijn. En opnieuw: hoe sneller mensen hun vraag via google beantwoord krijgen, hoe minder vragen ze zelf stellen via mail of telefoon. De bezoekersaantallen voor de site zijn hoog, en zitten nog steeds in stijgende lijn. Pittig detail: de nieuwe site bevat ook een contactformulier, dat onmiddellijk in de mailbox van de Taaltelefoon terecht komt. Dat was voordien niet het geval. De mails die de Taaltelefoon toen beantwoordde, kwamen uitsluitend van taaladvies.net. Sinds het contactformulier er is, wordt de Taaltelefoon opvallend vaak via die weg gecontacteerd.

In het overzicht van de cijfers die deredactie.be geeft, staat vooral informatie over het aantal mensen dat zelf contact opneemt met de Taaltelefoon. En dat wekt inderdaad de indruk dat er minder vragen zijn. Als je de bezoekerscijfers van de drie bovenstaande website meerekent, zie je net het omgekeerde beeld. Elk van deze sites wordt miljoenen keren bezocht per jaar, en de cijfers zitten in stijgende lijn. Er zijn dus zeker niet minder vragen. Ze worden alleen op een andere manier beantwoord.

Advertenties