Tags

,

Zo, het zit erop. Mijn dagen bij de Taaltelefoon zijn geteld. Of toch zo goed als: ik heb nog twee verlofdagen in het vooruitzicht (maandag en dinsdag), en dan is het ook officieel afgelopen. De ene kersverse mama is immers al sinds januari weer aan het werk, de andere komt volgende week terug. Van voltijds mama naar mama aan het werk. Ze zullen het wel voelen.

Voor mij betekent dit het einde van een intensieve, leerrijke en ingrijpende periode. In juni zag ik de vacature voor een medewerker bij de Taaltelefoon en begin juli vond ik de moed om te solliciteren. Ik had al het gevoel dat ik op een tweesprong stond, en dat de tijd rijp was om eens iets anders te doen dan het vertaalwerk dat ik intussen al zeven jaar deed. Wie niet waagt, niet wint, natuurlijk. Toch was ik verrast toen ik werd uitgenodigd voor een gesprek. Mijn laatste solliciteerervaring dateerde immers van jaren geleden, en zo positief was die niet. Er was nog 1 probleem: de twee voorgestelde data voor het gesprek vielen net tijdens onze twee weken vakantie. En nee, daar viel niets aan te veranderen. Dus namen we een drastische beslissing: ik zou mijn vakantie inkorten en enkele dagen eerder naar huis vliegen, man en kinderen zouden de autorit van 1300 kilometer terug onder hun drietjes maken. In de hoop dat het wat zou opleveren.

Dat was ook zo. Woensdagnamiddag kwam ik thuis, donderdagochtend ging ik naar Brussel voor het sollicitatiegesprek, donderdagmiddag kreeg ik telefoon dat ik de job had. Wel, dat ging snel. En dat betekende een drastische verandering voor de komende zeven maanden.

Die zeven maanden zijn nu dus voorbij. Ik heb veel gezien en gehoord, veel naslagwerken leren kennen, geleerd over welke taalvragen mensen zich zoal het hoofd breken en dat taal toch vaak aanleiding is voor familiediscussies en weddenschappen. Ik heb een tiental heel vervelende tot ronduit boze en diep beledigde mails gelezen, die in het niet verzonken bij de letterlijk honderden vriendelijke bedankmails en tientallen tevreden mensen aan de telefoon. Ik heb leren spelen met een pracht van een interne databank (die ga ik ècht missen!), en ben over mijn telefoonvrees heen (ok, dit is een bekentenis voor mijn collega’s: ik had wel degelijk telefoonvrees. Maar dat vertel je niet op een sollicitatiegesprek voor de Taaltelefoon 🙂 ). Ik heb mogen ontdekken hoe taaladviezen in het echt tot stand komen: door oude adviezen te bekijken, naslagwerken te raadplegen, bij collega’s te rade te gaan. Ik heb kranten uitgeplozen op zoek naar nieuwe, relevante woorden. Ik heb bondig en helder leren schrijven voor een ruim publiek (ja, dat was inderdaad nodig). En vooral: ik heb een groep heel ervaren, gedreven, professionele en vooral lieve mensen leren kennen. Mensen die helemaal niet taalpolitiegewijs klaar staan om iedereen die een verkeerd woord gebruikt op de vingers te tikken. Het doel van de Taaltelefoon is immers advies geven en mensen verder helpen, en daar slagen ze dankzij die combinatie van vakkennis en publieksgerichtheid vrijwel altijd in.

Naast het gewone werk (telefoons en mails beantwoorden, de wekelijkse nieuwsbrief schrijven, de website up-to-date houden) zijn er ook nevenprojecten waaraan de Taaltelefoon haar medewerking verleent. Tijdens de zeven maanden die ik er werkte waren dat de eigen campagne naar aanleiding van de nieuwe website en het 15-jarig bestaan, de taaladviesrubriek van Taalunie:Bericht, de deelname aan het standaardtaaldebat op de Boekenbeurs, de voorbereiding van het boekje ‘Hoe Vlaams is uw Nederlands’ bij De Standaard en het project Heerlijk Helder van radio 1/Hautekiet. Bovendien ondersteunt de Taaltelefoon de medewerkster van de Taalunie die de website taaladvies.net van nieuwe adviezen voorziet. Ik was niet bij alles even betrokken, maar wel bij de meeste projecten. Net zoals mijn collega’s, want zoals ik al zei, er is veel onderling overleg. Je staat er dus ook nooit alleen voor. Voor een eenzame freelancer als ik was dat wel even wennen.

Ik kan nog wel even doorgaan over deze periode. Ik heb aan mooie dingen kunnen meewerken, en ik heb mijn deel van de ergernissen gehad. En gelukkig kon ik tijdens die hele periode blijven vertalen. Heel beperkt weliswaar, maar elke maand had ik wel enkele kleine projectjes. Dat maakt dat ik nu niet helemaal met lege handen sta.

Vanop een afstand had ik soms mijn twijfels bij de manier waarop taaladviesdiensten te werk gaan. Nu ik zeven maanden lang meegedraaid heb achter de schermen, zijn veel van die bedenkingen verdwenen of afgezwakt. Tijdens de heisa na het boekje van De Standaard heb ik vaak gedacht ‘Zo zou ik vroeger misschien ook gereageerd hebben’, terwijl ik nu beter weet. Er is volgens mij ruimte voor verbetering, maar wel op een andere manier dan ik eerst dacht.

Voor de toekomst ben ik van plan wat ik de afgelopen maanden geleerd heb te verwerken voor mijn nieuwe website. Ik plan binnen niet al te lange tijd een onderdeeltje over bronnen op het net, waarin ik onder meer de websites van de taaladviesdiensten van wat duiding en achtergrondinformatie zal voorzien. Wordt vervolgd, dus.

Beste collega’s van de Taaltelefoon, ik zal jullie missen. En stiekem hoop ik een beetje dat jullie mij ook zullen missen. Tot bij een volgende gelegenheid!

Advertenties