Naast vertaler ben ik ook freelance taaldocent. Duits, en Nederlands. Ik ben verbonden aan een talenschool, en via deze weg krijg ik mijn opdrachten. Meestal zijn mijn cursisten hoogopgeleide mannen en vrouwen, die ik op hun werk les geef. Ze zijn bijna zonder uitzondering heel gemotiveerd, ook omdat de cursussen op hun maat zijn en zij hun verworven kennis onmiddellijk in de praktijk kunnen toepassen.
Nederlands voor anderstaligen wordt vaak afgekort als NT2, Nederlands als Tweede Taal. Ik begrijp dat niet goed. Het lijkt zo alsof een anderstalige per definitie eentalig is, en wij hun wereld eens gaan vergroten met een extra taal. Dé taal. Hét Nederlands. Ik hoor soms zelfs zeggen van mensen die in Vlaanderen wonen maar (nog) geen Nederlands kennen of kunnen spreken, dat ze ‘niet tweetalig’ zijn.
De realiteit ziet er toch anders uit: veel anderstaligen kennen vaak al minstens twee talen, en Nederlands is dan hun derde, vierde, soms zelfs vijfde taal.
Daarom wil ik even mijn huidige cursiste Nederlands voorstellen. Laten we haar Anna noemen. Niet dat ze zo heet, maar het is altijd handig een naam te hebben als je naar iemand verwijst.
Anna dus is een hoogopgeleide vrouw van midden dertig, met een leidinggevende functie. Ze woont nu een half jaar in België, en was bij het begin van de opleiding een absolute beginner. Dat betekent dat ze nog net begreep wat ‘goedendag’ en ‘bedankt’ wil zeggen, en daar stopte het zowat. Maar Anna’s talenkennis is verder wel behoorlijk indrukwekkend. Met een Griekse vader en een Italiaanse moeder heeft ze twee moedertalen. Ze is opgegroeid in Griekenland en heeft gestudeerd in Italië, dus beide talen beheerst ze uitstekend. Helaas zijn Italiaans en Grieks geen talen waar je heel ver mee komt zodra je de betreffende landen verlaat. Daarom heeft ze op school in Griekenland een derde taal geleerd, het Frans. Ze was de beste van de klas, omdat zij haar Italiaans had om op terug te vallen. Haar vierde taal tenslotte, de taal die ze nu het vaakst gebruikt op het werk en in het dagelijkse leven, is het Engels. Van die vier talen gebruikt ze er drie heel frequent, namelijk Italiaans (met haar vrienden in Italië en haar moeder), Grieks (met haar familie) en Engels. Frans spreekt ze weleens, met een enkele Franstalige collega, of als ze in Brussel komt. Nederlands is dus haar vijfde taal. Ik vraag me wel eens af hoeveel Nederlandstaligen die haar ‘niet tweetalig’ zouden noemen, haar dit na zouden doen.
Zelf vindt ze dit niet zo bijzonder. Integendeel, ze zit nog steeds met een hoop spreekangst voor dat Nederlands. Omdat ze het echt wel goed wil doen – ze is een beetje perfectionistisch – en omdat het Engels, dat ze dus uitstekend beheerst, haar soms wat in de weg zit. Ze vindt het verwarrend om van de ene taal naar de andere over te schakelen. Aan de andere kant ziet ze ook de voordelen van die brede talenkennis. In tegenstelling tot de doorsnee-Engelstalige, -Franstalige en zelfs -Italiaanstalige heeft ze bv. weinig moeite met onze g/ch/h-klanken, omdat die in het Grieks (min of meer) ook zo bestaan. Voor de woordenschat valt ze dan weer net wel terug op dat Frans, en vooral Engels. Ze beheerst dus al een pak strategieën om er weer een nieuwe taal bij te leren. Sterk vind ik dat.

Ik pleit daarom voor de afschaffing van de term NT2. Laten we hem definitief vervangen door het bestaande, maar helaas minder gangbare NVT (Nederlands als Vreemde Taal). NAT (Nederlands voor Anderstaligen) zou ook kunnen, maar is een iets minder gelukkige afkorting. En nog meer pleit ik voor respect, voor elke mens die op zijn minst moeite doet om onze mooie, maar toch ook lastige taal te beheersen. Want het is niet zo simpel.

Advertenties