Ik loop al een tijdje rond met het idee om de geschiedenis van onze moderne spelling eens uit te vlooien. Het is vrij algemeen bekend hoe we aan onze letters geraken (via een hele weg van spijkerschrift over Etrusken, Grieken en Romeinen tot het Latijn van onze geestelijken), en in de negentiende eeuw krijgen we de eerste echte spellingregels: de spelling Siegenbeek. Maar daartussenin zitten een paar honderd jaar, waarin in ‘een’ Nederlands geschreven werd. Aangezien er Nederlandse klanken zijn die niet in het Latijn bestaan, en aangezien die middelnederlandse teksten in een bredere regio begrijpelijk moesten zijn, moet er toch een soort spellingconsensus bestaan hebben. En dat is het eerste wat ik de komende maanden wil uitzoeken.
Het tweede wat ik wil onderzoeken, is de oorsprong van de regels waarvan wij (enfin, de spellingkritischen onder ons) ons afvragen waarom het nu zus is en niet zo. Waarom bestaan er twee verschillende ei/ij-spellingen, en ou/au? Waar komt de dt-regel vandaan en waarom zijn er uitzonderingen op die stam+t (en waarom is dat zo’n hyperbelangrijke regel)? Hoe snel wordt een bastaardwoord ‘vernederlandst’ in de spelling? Waarom schrijven we wel ‘hond’ en niet ‘muiz’? Enz. Ik heb mijn vermoedens, en die zal ik de komende dagen wel eens in deze blog neerschrijven, maar het is dus eigenlijk de bedoeling dat ik ook uitzoek of die vermoedens kloppen. En dan zien we wel wat we met het geheel doen.
Bij deze wil ik ook een oproep doen. Heb je vragen, kritische opmerkingen, tips voor spellingkwesties, laat ze me dan weten. Hoe meer, hoe liever.

Advertenties